Wijziging van de Wgbo: de gevolgen voor patiënt, hulpverlener en nabestaande

11 oktober, 2019

Auteur: Sander Roobol

 

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) vormt de basis van alle zorgverlening in Nederland. Zo regelt het de rechten van patiënten, de plichten van hulpverleners en stelt het voorwaarden aan de omgang met medische gegevens. Momenteel ligt er een voorstel tot wijziging van de Wgbo en aanverwante wetten, zoals de Jeugdwet. Het doel van dit voorstel is om de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken en het inzagerecht van nabestaanden wettelijk vast te leggen. Hieronder licht ik de belangrijkste wijzigingen toe.

Samen beslissen

De huidige informatieplicht geeft de aloude relatie tussen patiënt en hulpverlener weer: de informatie en het advies van de hulpverlener zijn leidend. Voor de wensen of behoeften van patiënten bestaat daarmee minder ruimte. Mede dankzij de verandering van onze (informatie) maatschappij wijzigt de positie van patiënten. Patiënten zijn mondiger, spreken andere patiënten en raadplegen informatie op het internet. Het overleg tussen een patiënt en de hulpverlener wordt daarom steeds belangrijker, wat reden is om het recht op informatie wettelijk uit te breiden. Dit informeren en overleggen wordt aangeduid als ‘samen beslissen’. Dit houdt in dat op basis van relevante informatie de patiënt betere besluiten kan nemen. Denk hierbij aan risico’s, mogelijke uitkomsten en bijwerkingen. Het doel is om de patiënt op deze manier een meer gelijkwaardige gesprekspartner van de hulpverlener te maken. In de praktijk passen hulpverleners dit echter al langere tijd toe. Deze wetswijziging vormt daarom vooral een verduidelijking van het recht van de patiënt om samen te beslissen.

Bewaartermijn naar 20 jaar

Een tweede wijziging is de verlenging van de bewaartermijn van vijftien naar twintig jaar. Hiervoor bestaan verschillende redenen, zoals de hogere levensverwachting en de ontwikkeling en aard van ziektes. Langer bewaren betekent dat meer kennis kan worden verkregen van eerdere ziekten, behandelingen en latere ziekte of behandeling. De mogelijkheid om gegevens langer dan twintig jaar te bewaren, blijft op grond van ‘goed hulpverlenerschap’ gewoon bestaan.

Ook verandert het moment waarop de bewaartermijn aanvangt. Nu geldt dat de bewaartermijn start zodra een medisch gegeven is aangemaakt. In de (perfecte) praktijk betekent dit dat een medisch dossier met meerdere medische gegevens, in principe evenveel afzonderlijke bewaartermijnen heeft die nageleefd worden. Dit is in praktijk nauwelijks uitvoerbaar. In plaats daarvan start voor veel hulpverleners de aanvangstermijn op het moment van de laatste wijziging in het medisch dossier. Het voorstel sluit hierop aan en neemt deze aanvangstermijn over. Goed om te weten is dat de verlening van de bewaartermijn direct in werking zal treden. Vanaf dat moment moeten nieuwe én bestaande medische dossiers conform de nieuwe bewaartermijn van twintig jaar bewaard worden.

Inzagerecht van nabestaanden

Met het voorstel wordt ook het inzagerecht van nabestaanden wettelijk vastgelegd. Mede op basis van jurisprudentie kunnen nabestaanden verschillende redenen hebben om het medisch dossier van een overleden patiënt in te zien. Hulpverleners hebben echter een geheimhoudingsplicht waardoor inzage lang niet altijd mogelijk is. Patiënten hebben momenteel de mogelijkheid (door het geven van toestemming) de geheimhoudingsplicht te doorbreken. Met het huidige voorstel wordt het recht op inzage van nabestaanden wettelijk vastgelegd. Inzage door nabestaanden is op drie gronden mogelijk:

  1. De overleden patiënt heeft bij leven toestemming gegeven voor inzage na overlijden en deze toestemming is schriftelijk of elektronisch vastgelegd;
  2. De nabestaande heeft op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een mededeling van een zorgaanbieder ontvangen dat een incident heeft plaatsgevonden;
  3.  De nabestaande heeft een zwaarwegend belang bij inzage en kan aannemelijk maken dat dit belang wordt geschaad. Daarnaast moet inzage noodzakelijk zijn voor de behartiging van dit belang.

 

Ad 1) Toestemming
Schriftelijke toestemming van de patiënt blijft het uitgangspunt. De patiënt kan aangeven wie welke gegevens uit zijn medisch dossier na zijn overlijden mag inzien. Dit wordt door de hulpverlener als aantekening aan het medisch dossier toegevoegd. Maar de patiënt kan ook aangeven dat juist géén inzage aan nabestaanden wordt verleend. In dat geval vervallen de andere twee gronden en heeft een nabestaande in principe geen recht op inzage.

Ad 2) Melding van een incident
De Wkkgz verplicht hulpverleners om incidenten met merkbare gevolgen voor een patiënt onder andere aan de patiënt of nabestaanden te melden. Ook moet de hulpverlener het incident in het medisch dossier vastleggen. Nabestaanden willen bij een melding mogelijk meer weten over het incident. Inzage in het medisch dossier kan daarbij helpen, ook als dat betekent dat de nabestaanden de informatie gebruiken om een klachtenprocedure beter te onderbouwen. Kanttekening hierbij is dat deze grond niet geldt voor de Jeugdwet omdat daarin geen regime voor het melden van incidenten van kracht is.

Ad 3) Een zwaarwegend belang
Op grond van een zwaarwegend kan in beginsel éénieder inzage verzoeken in een medisch dossier van een overleden patiënt. Er is gekozen voor ‘eenieder’ omdat het zwaarwegend belang als een restcategorie te beschouwen is. Iemand moet, om inzage te krijgen, aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft én dat inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dat belang. Het begrip ‘zwaarwegend’ veronderstelt een strenge afweging van belangen. Een zwaarwegend belang kan zijn het aanvechten van een rechtshandeling (patiënt wijzigt testament kort voor overlijden), in het kader van een civiele procedure of een vermoeden van een medische fout. Dit laatste is interessant omdat het op deze manier alsnog mogelijk wordt in het kader van de Jeugdwet inzage te krijgen bij een (vermoeden van) een incident.

Conclusie

Het huidige voorstel legt de behoeften en belangen van patiënten, hulpverleners en nabestaanden vast die in de praktijk al langer bestaan. Samen beslissen en de aanvang van de bewaartermijn wordt al langer toegepast. Dit voorstel haakt hier op aan en legt dit wettelijk vast. De verlenging van de bewaartermijn en het inzagerecht van nabestaanden zijn nieuw. De nieuwe bewaartermijn zorgt dat hulpverleners patiënten nog gerichter kan behandelen. En nabestaanden kunnen voor inzage in een medisch dossier terugvallen op wettelijke gronden. Hiermee geeft het voorstel partijen meer duidelijkheid en versterking van rechten en plichten. En dit is belangrijk in het bieden en ontvangen van goede zorg!

Terug naar het overzicht